Dichtbij de burger

Dichtbij de burger

 

Door Erik van Dijk, eindredacteur

 

 

Op 7 maart 2006 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. In het grootste deel van de 458 gemeenten in Nederland zullen politieke partijen de strijd om de gunst van de kiezer weer aangaan. In 196 gemeenten doet de ChristenUnie daar volop aan mee.

 

Velen van u zitten als raadslid, kandidaat-raadslid, wethouder, actief lid of anderszins midden in de verkiezingscampagne. Hopelijk kan de ChristenUnie in al die 196 gemeenten mee gaan doen aan de nieuwe raadsperiode en kunnen we ook weer in tientallen gemeenten aan het college deelnemen.

 

Dit nummer van DenkWijzer draait om de gemeente en wil alle lokale actievelingen helpen bij de campagne en bij een goede start voor de periode 2006-2010.

Als belangrijkste thema hebben we gekozen voor de discussie rond gemeentelijke autonomie, met in ons achterhoofd nadrukkelijk de inzet van de ChristenUnie in deze campagne: aandacht vragen voor mensen en relaties (titel handreiking verkiezingsprogramma: “Van IK naar SAMEN” en de slogan: “Voor elkaar”).

 

Autonoom of automaat?

 

Staatsrechtelijk is de gemeentelijke autonomie een gegeven, maar de vraag die wij aan de verschillende auteurs hebben gesteld is wat dat tegenwoordig concreet inhoudt.

De Raad voor het openbaar bestuur (Rob) stelde in het recente rapport Autonoom of automaat. Advies over gemeentelijke autonomie” (augustus 2005) dat we in een tijd leven “waarin er vele krachten en tendensen zijn in de richting van centralisatie en uniformering van het bestuur”. Het meest duidelijk wordt dat zichtbaar bij de afschaffing van het gebruikersdeel OZB en de plannen met de politie en brandweer. Bij beleidsterreinen als ruimtelijke ordening, onderwijshuisvesting en de WMO lijkt er juist een tegengestelde tendens te zijn. Toch dringt ook daar zich de vraag naar de gemeentelijke beleidsvrijheid sterk op.

Is de gemeente op steeds meer terreinen alleen nog maar een uitvoeringsorgaan of loket van de centrale overheid (al dan niet veroorzaakt door Haagse regelzucht en monitoringsdrift)? Op welke terreinen is er nog ruimte voor eigen beleid? En is het op bepaalde terreinen zelfs zo erg dat Den Haag bepaalt en de gemeente betaalt?

Gemeentelijke autonomie is volgens de Rob “een opdracht voor het Rijk, de provincies én de gemeenten zelf te blijven streven naar ‘goed overheidsbestuur’ dat zo dicht mogelijk bij de burgers functioneert. Dat wil zeggen dat gemeenten in staat worden gesteld integrale, op de lokale maat toegesneden, innovatieve en efficiënte maatregelen en voorzieningen te treffen voor de lokale gemeenschap.” Lokaal maatwerk is rekening houden met de menselijke maat. Dát is dichtbij de burger.

 

Decentralisatie is nog geen lokaal maatwerk

 

Decentralisatie is het neerleggen van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden op een zo laag mogelijk niveau, zo dicht mogelijk bij de burger. Decentralisatie is echter nog geen garantie voor lokaal maatwerk.

In alle discussies over 'bestuur dichterbij de burger' en decentralisatie versus centralisatie spelen een aantal zaken vaak door elkaar heen. We doen hier een poging enige helderheid te verschaffen.

 

Functioneel bestuur en algemeen bestuur

In de literatuur wordt wel gesproken over functionele decentralisatie tegenover territoriale decentralisatie. Territoriale decentralisatie is het overdragen van verantwoordelijkheden naar een ‘lagere’, dichterbij de burgers staande overheid, bijvoorbeeld van Rijk naar provincies of naar gemeenten. In principe gaat dat dan over het totale pakket, oftewel het algemene bestuur op een bepaald terrein. In de praktijk wordt een beleidsterrein nooit helemaal gedecentraliseerd. De ‘hogere’ overheid houdt op z’n minst nog graag een vinger aan de pols via monitoring, prestatieafspraken o.i.d.

Functionele decentralisatie is dat één bepaalde taak van de Rijksoverheid aan één bepaald, lokaal of regionaal georganiseerd  orgaan wordt overgedragen (een “lager publiekrechtelijk lichaam”). De waterschappen zijn een zeer bekend voorbeeld.

Functioneel bestuur biedt weliswaar voordelen (schaalvoordelen, deskundigheid, specialismen), maar "algemeen bestuur biedt in beginsel meer kansen voor een integrale en democratische afweging van belangen" *. Daar komt bij dat functionele decentralisatie vaak gepaard gaat met vervaging van verantwoordelijkheid.

In de artikelen over politie (p.10-11) en brandweer (p.12-13) steken de beide auteurs hun bezorgdheid over de verdergaande ontwikkelingen richting veiligheidsregio's en deels zelfs richting centralisering niet onder stoelen of banken.

 

Autonomie en medebewind

Autonomie is het kunnen nemen van eigen initiatief, het kunnen handelen naar eigen inzicht of - officiëler omschreven - het hebben van de bevoegdheid tot ‘regeling en bestuur van de eigen huishouding’. Een voorbeeld van een autonome regeling is de Algemene Plaatselijke Verordening (vooral gericht op de openbare orde en veiligheid).

Medebewind gaat over het besturen in opdracht en de verplichting mee te werken aan de uitvoering van regelingen van een 'hogere' bestuurslaag (veelal het Rijk).

In de loop van de twintigste eeuw was er een enorme groei van de medebewindstaken (woningbouw, welzijn, volksgezondheid, milieubeheer, sociale zaken, onderwijs).

 

Algemene en specifieke uitkeringen

Alle gemeenten krijgen geld via het Gemeentefonds. Van oorsprong lag het accent op de algemene uitkering. Op basis van inwonersaantal, demografische en sociale gegevens en nog veel meer indicatoren krijgen gemeenten een algemene ‘zak geld’ waarmee ze naar eigen inzicht beleid kunnen voeren. Steeds vaker wordt het geld echter geoormerkt. Het Rijk stopt bijvoorbeeld geld in het Gemeentefonds voor de uitvoering van een (medebewinds)taak en geeft daarbij aan dat dat geld ook alleen maar daarvoor gebruikt mag worden. Dit kan belemmerend werken voor de flexibiliteit en integrale afwegingen van gemeenten.

 

Veel of weinig beleidsvrijheid

Hoe algemener het bestuur, hoe autonomer de bevoegdheden en hoe algemener de uitkering uit het Gemeentefonds, des te meer beleidsvrijheid is er voor de gemeente (of de provincie). Zeker als de gemeente een behoorlijk stuk eigen (belasting)inkomsten heeft.

Aan de andere kant, als bijvoorbeeld een medebewindsbevoegdheid heel nauwkeurig wordt voorgeschreven met geoormerkte bedragen en kwaliteits- en prestatieafspraken vanuit het Rijk, dan is de gemeente niet meer dan een lokaal loket van de Rijksoverheid.

 

Dichtbij de burger

Als beleid dichtbij de burger wordt uitgevoerd, kan dat één taak betreffen waarbij de gemeente het uitvoeringsloket is van het Rijk.

Het wordt al meer lokaal maatwerk en werkelijk ‘dichter bij de burger’ als er in de uitvoering binnen een terrein afwegingen gemaakt kunnen worden. En al helemaal als meerdere beleidsterreinen integraal bekeken kunnen worden.

Beleid komt pas echt helemaal dichtbij de burger als die burgers bij de beleidsbepaling betrokken worden. Zie bijvoorbeeld mijn artikel over interactieve beleidsvorming.

 

Waarom is de ChristenUnie voor bestuur dichtbij de burger? Een aantal redenen:

- recht doen aan eigen identiteit van wijken, gemeenten en regio's

- recht doen aan eigen verantwoordelijkheid van lokale gemeenschappen en hun bestuur

- aansluiten bij de leefwereld van de burgers

- een bestuur dat dichtbij burgers staat kan hen helpen om verantwoord burgerschap vorm en inhoud te geven

- lokale democratie is veel meer tweerichtingsdemocratie dan de landelijke democratie. Lokaal ontmoeten de politieke vertegenwoordigers de mensen die ze vertegenwoordigen als het goed is nog gemakkelijker en regelmatiger.

- burgers blijven gemakkelijker gemotiveerd en betrokken.

 

 

 

 

Tot slot

 

“Dichtbij God en dichtbij mensen” was tijdenlang de slogan van de EO. Laat dit het motto van de ChristenUnie zijn in de komende jaren.

 

 

 

* Drs. R.M. Maris en drs. J.W. Dollekamp, Verantwoordelijk bestuur – De (re)organisatie van het binnenlands bestuur in reformatorisch-politiek perspectief (RPF 1995, 78 p.), p.53.