'Dubbelloyaliteit' onder stemmende studenten

Door Myrthe Meester


Voor studerende christenen in de grote stad is stemmen op een christelijke partij niet altijd vanzelfsprekend. ‘Het is goed om bepaalde christelijke waarden in de samenleving te laten horen en ze te behouden,’ zegt een 19-jarige geschiedenisstudent van vrijgemaakte huize. Maar ‘dat wil niet zeggen dat christelijke politiek altijd de beste politiek is.’


Onder de dertig christelijke studenten uit Utrecht die ik heb ondervraagd, bevinden zich veel sympathisanten van de ChristenUnie. Maar ‘het kan maar zo zijn dat ik de volgende verkiezingen weer op een andere partij stem’, aldus een 18-jarige evangelische student Verpleegkunde. In dit artikel breng ik een zoekende generatie in beeld, die voorbij het eigen christelijke milieu kijkt en een middenweg nastreeft tussen trouw en kritiek. Hoe komen zij bij de aankomende verkiezingen tot hun stemkeuze?


Christelijke waarden
Niet alleen christelijke, maar ook niet-christelijke politieke partijen komen voor veel van de jonge christenen die ik sprak in aanmerking. ‘Oudere generaties hebben nogal eens de neiging bij voorbaat een christen gelijk te geven boven een niet-christen,’ zegt de 26-jarige Adinda, die onlangs haar master Bestuurskunde heeft afgerond. Zelf is ze ervan overtuigd ‘dat er veel verstandige, tolerante en liefdevolle ongelovigen bestaan aan wie sommige christenen een voorbeeld zouden kunnen nemen.’ We leven in een joods-christelijke cultuur, licht ze toe, waarin de christelijke waarden breed worden gedragen. Hoewel Adinda zelf altijd op de ChristenUnie stemt, ‘een realistische partij die doet wat ze zegt en oog heeft voor de zwakkeren,’ gelooft ze dat er ook politieke partijen bestaan die ‘onbewust’ christelijk van karakter zijn. Ze denkt aan GroenLinks en de Partij voor de Dieren, die recht doen aan het rentmeesterschap van de mens over de wereld. Als zo’n niet-christelijke partij in haar ogen beter voor de christelijke waarden zou opkomen dan een christelijke partij, zou ze overwegen op die niet-christelijke partij te stemmen. Over een lidmaatschap van de ChristenUnie twijfelt Adinda nog: is er binnen de partij wel voldoende ruimte voor afwijkende meningen, bijvoorbeeld inzake homoseksualiteit, zo vraagt ze zich af.


Betuttelend
De 22-jarige Bart, die Ruimtelijke ordening en planologie studeert, heeft de indruk dat er bij de ChristenUnie wel degelijk ruimte voor verscheidenheid bestaat. Dat komt in zijn ogen tot uitdrukking in de voorzichtige manier waarop de partij zich uitlaat over ‘typisch christelijke’ ethische kwesties zoals abortus, euthanasie, het homohuwelijk en koopzondagen. Bart vindt het goed als christelijke partijen een mening over die onderwerpen hebben, maar meent dat er niet teveel op moet worden gefocust. ‘Ze vormen nu eenmaal niet je sterkste punt, en door je erin vast te bijten ga je in de politiek niet ver komen.’ Wat de vrijgemaakte biologiestudent Tycho betreft mag de ChristenUnie zich nóg terughoudender opstellen ten aanzien van de genoemde ethische thema’s. Hij vindt het ‘betuttelend’ om koopzondagen te willen verbieden en meent dat je abortus en euthanasie niet via regelgeving moet willen tegengaan. Christenen mogen volgens Tycho best wat meer begrip hebben voor mensen in dergelijke situaties. ‘Een vrouw komt echt niet zómaar tot de wens om een abortus te ondergaan,’ vermoedt hij. Dat de ChristenUnie ‘in de bres springt voor illegalen en prostituees’, daarop zou de partij in zijn ogen meer nadruk mogen leggen. Hoewel hij zeker sympathie voor de ChristenUnie heeft, gaat Tycho’s persoonlijke voorkeur momenteel uit naar GroenLinks, een partij die aansluit bij zijn bekommernis om een duurzamer milieu. Toch heeft hij ook bij deze partij enige twijfels. ‘GroenLinksers schieten soms door in hun pleidooi voor individuele vrijheid en emancipatie’, vindt hij.



'Tweepartijenloyaliteit'
Terwijl de ouders van de meeste ondervraagden lid zijn van de ChristenUnie, de SGP of het CDA, is het voor henzelf minder vanzelfsprekend om trouw te zijn aan één partij. ‘Er is geen enkele partij waar ik altijd 100% achtersta,’ zegt een vrijgemaakte sociologiestudente die bij verkiezingen altijd de Stemwijzer raadpleegt. Bart, de planologiestudent, is zich ervan bewust dat een partijlidmaatschap een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt: ‘Als lid ben je een vertegenwoordiger van je partij, zoals een christen vertegenwoordiger is van God en een lid van een studentenvereniging vertegenwoordiger van zijn vereniging. Je hoeft niet actief verkondigend te zijn, maar je moet wel vragen kunnen beantwoorden.’ En vragen, die krijg je genoeg als jonge christen in een grote studentenstad waar kritisch denken de norm is en ontmoetingen met andersdenkenden onvermijdelijk zijn.

Voor verschillende studenten vormt ‘tweepartijenloyaliteit’ daarom een veilige middenweg tussen trouw en kritische distantie. Zij sympathiseren in sterke mate met twee partijen, maar houden nooit op de voor- en nadelen van deze partijen tegen elkaar af te wegen. Bij verkiezingen wordt telkens een ‘voorlopige’ keuze tussen de twee partijen gemaakt, meestal met het oog op specifieke actuele kwesties. De ChristenUnie is voor de ondervraagde ‘dubbelloyalen’ opvallend vaak één van de twee ‘favorieten’.

Als afstuderende filosofiestudente (Universiteit van Amsterdam en Katholieke Universiteit Leuven) liep Myrthe Meester het afgelopen najaar stage bij het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie. Tijdens de stage verdiepte ze zich in de politieke visie en het stemgedrag van hedendaagse hoogopgeleide christelijke jongeren. Via interviews en digitale formulieren bracht ze de visie van christelijke studenten uit Ede en Utrecht in kaart. Daarmee ondersteunde ze het lopende onderzoek van Rob Nijhoff, waarin veranderende vormen van politieke loyaliteit onder christenen aan de orde komen.