Christelijk-sociaal waterbeheer

Door Gerard van den Brandhof

 
De waterschappen zijn niet echt bekend bij het grote publiek. Toch verrichten ze cruciale taken voor de Nederlandse samenleving. De ChristenUnie heeft een heel eigen politiek geluid in de wereld van het waterbeheer.


Maandagmiddag 28 juli 2014. Hevige regen en onweersbuien trekken over Nederland met als gevolg veel wateroverlast. Veelal  betrof het 'water op straat'-situaties, waarbij de riolering de overvloedige regenval niet kon afvoeren. Ook het centrum van Amersfoort wordt getroffen. Het is zelfs zo erg dat het water de huizen binnenstroomt. Welke overheid spreek je hier op aan? Is het ChristenUnie-wethouder Menno Tigelaar , die verantwoordelijk is voor het rioolstelsel, of is het ChristenUnie-heemraad Gerard van den Brandhof, die stedelijk waterbeheer in zijn portefeuille heeft? Voor menige burger is dit niet duidelijk. In dit artikel ga ik in op de rol van het waterschap in het publieke bestel, en welke toegevoegde waarde ChristenUnie-bestuurders daar bij hebben.


Sinds 1255

Waterschappen behoren tot de oudste instituties van het Nederlandse staatsbestel. Het eerste officiële waterschap was het Hoogheemraadschap van Rijnland, dat in 1255 werd ingesteld door graaf Willem II van Holland. Het buitenhouden van water en het afvoeren van overtollig water is van oudsher een algemeen belang, waarbij polderbewoners genoodzaakt waren samen te werken. Uit die noodzakelijke samenwerking zijn de waterschappen ontstaan. De oudste samenwerking vond plaats in Utrecht omstreeks 1122, toen twintig buurtschappen samenwerkten voor een afdamming van de Kromme Rijn onder Wijk bij Duurstede.  

In de Grondwet van 1848 is de taak van waterbeheer bij de waterschappen neergelegd. Dit onder andere om te voorkomen dat gemeenten wateroverlast op hun eigen gebied voorkomen door maatregelen die de overlast naar buurgemeenten verplaatsen. Sinds de vorige verkiezingen in 2008 is er een lijstenstelsel en doen ook politieke partijen mee. De ChristenUnie heeft momenteel in 14 besturen zitting en gaat in 16 waterschappen meedoen.


Evacuatie van 250.000 mensen
De ontwikkeling van het waterbeheer heeft de afgelopen decennia een enorme vlucht gekregen. Ten eerste is er de enorme opschaling door fusies. In 1950 waren er 2.600 waterschappen, in 1980 260. Nu zijn het er nog 24. De taken van de waterschappen werden ook uitgebreid. Zo fuseerden nog geen 20 jaar terug de waterschappen met de zuiveringsschappen en werd waterkwaliteitsbeheer aan het kwantiteitsbeheer en de waterveiligheid toegevoegd.

In 1993 en 1995 zorgde hoog water op verschillende plaatsen langs de Nederlandse rivieren voor veel overlast. De evacuatie van het Rivierenland is één van de grootste evacuaties uit de recente Nederlandse geschiedenis. Op 31 januari 1995 en in de dagen daarna werden 250.000 mensen uit het Rivierenland geëvacueerd vanwege de gevaarlijk hoge waterstand. In het geval dat de dijken daadwerkelijk waren doorgebroken, zouden vele plaatsen in de Betuwe, de Bommelerwaard en het Land van Maas en Waal tot ongeveer vijf meter onder water zijn komen te staan. In 2003 is sprake van een lange periode van droogte. De dijk bij Wilnis breekt door en veroorzaakt grote schade. Deze voorvallen maken duidelijk dat bij waterveiligheid niet alleen goed beheer van belang is. Voortschrijdend inzicht heeft geleid tot aanpassing van beleid en visie.


Nieuw Deltaprogramma

Zo is er een nieuw Deltaprogramma waarin niet alleen aandacht werd gevraagd voor waterveiligheid maar ook voor voldoende zoet water. Eén van de componenten is de ruimtelijke adaptatie waarbij hevige neerslag en langdurige droogte ook in het stedelijk gebied beter moet worden opgevangen.  Daarnaast hebben de waterschappen in 2010 (destijds nog onder verantwoordelijkheid van staatssecretaris Tineke Huizinga) een klimaatakkoord getekend waarin is afgesproken dat de waterschappen in 2020 een verbetering van de energie-efficiëntie hebben bereikt van 30%. Zo zijn nu al zuiveringsinstallaties door innovaties veel energiezuiniger geworden, en uitgebreid tot grondstoffenfabrieken die o.a. biogas en fosfaat produceren.

Het beheer van de kwaliteit van het oppervlaktewater is een taak van steeds groter belang geworden. Vanuit Brussel worden de resultaten die de waterschappen boeken om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water in de gaten gehouden. Waterschappen hebben zo niet alleen met gemeenten, provincies en het ministerie van Infrastructuur en Milieu te maken, maar ook met Brussel. Een integrale aanpak is nodig die niet wordt gehinderd door andere beleidsterreinen en de wens van politici om korte termijn successen te behalen. Ook om deze reden is het goed dat de taken van het waterschap niet zijn ondergebracht bij een andere overheid.


De ChristenUnie en de waterschappen
Dat we als ChristenUnie ook vertegenwoordigd zijn in de waterschappen zorgt er voor dat we ook in dit orgaan onze visie en opdracht vorm kunnen geven. De opdracht uit Genesis 1 om de schepping in cultuur te brengen en te bewaren geeft ons een basis om het waterbeheer duurzaam uit te voeren zodat economie en ecologie beide gediend zijn. Daarin onderscheiden we ons van partijen die eenzijdig kijken naar het economisch belang, en gericht zijn op zo laag mogelijke kosten. Wij willen ervoor zorgen  dat het maatschappelijk belang gediend wordt en volgende generaties niet opgezadeld worden met hogere kosten.

Andere partijen richten zich sterk op de ecologie, en de gevolgen van het waterbeheer voor de natuur en de kwaliteit van het oppervlaktewater. De landbouw wordt dan veelal gezien als een bedreiging (vanwege de uitspoeling van meststoffen). De ChristenUnie is van mening dat landbouw en natuur in samenhang met elkaar bekeken kunnen worden. Kennis uit de landbouwsector kan juist helpen om natuur en landbouw zo evenwichtig mogelijk te ondersteunen.

Naast het evenwicht tussen economie en ecologie let de ChristenUnie ook op maatschappelijke aspecten. Een belangrijk punt is bijvoorbeeld het recht op kwijtschelding van waterschapsbelastingen indien men een inkomen op bijstandsniveau heeft - helaas heeft de zorg voor de zwakken in de samenleving niet ieders aandacht. We zien verder dat we een bijdrage kunnen leveren in de samenwerking tussen de verschillende overheidsorganen.  Een concreet voorbeeld is de aandacht die Carla Dik-Faber gevraagd heeft voor de medicijnresten in het riool- en oppervlaktewater.

Kortom, een stem bij de waterschapsverkiezingen zal ons helpen om  onze rol te blijven vervullen tot dienst van de naaste en tot eer van God.

 

Ir. Gerard J. van den Brandhof is lijsttrekker van de ChristenUnie in het Waterschap Vallei en Veluwe