Bremanisme: medewerkersparticipatie via zeggenschap

Door Risco Balkenende


Er is veel kritiek op het huidige kapitalisme. Die zou door grootschaligheid en eenzijdige gerichtheid op winst tekortschieten. Het kan echter ook anders: een bedrijf inrichten met oog voor mens en omgeving. Dat proberen we bij Breman handen en voeten te geven.

In zijn streven naar een menswaardige bedrijfsinrichting , heeft Reind Breman, samen met zijn broers, als grondlegger van onze unieke medezeggenschapstructuur, altijd oog gehad voor het individu. Sociale cohesie, onderlinge betrokkenheid en een herkenbare bijdrage aan winstgevendheid komen mee in zijn visie om de organisatie in te richten met overzichtelijke entiteiten. Bedrijven, zelfstandige BV’s, krijgen ruimte voor hun eigen ‘couleur lokale’.


Rentmeesterschap
Rentmeesterschap is een belangrijke basis onder ons bedrijfsmodel, het Bremanisme. Een rentmeestereconomie gaat uit van verantwoord beheer. Onze vraag is niet of je bezit mag hebben, maar juist hoe je er mee omgaat.

Ons model is daarom niet gericht op  Anglo-Amerikaans denken over kapitalisme op basis van individualisme; een bedrijf als money-making machine en winstmaximalisatie met de prijs van vele drop-outs. Bremanisme heeft meer verwantschap met het Rijnlands denken over bedrijven als werkgemeenschap en kapitalisme op basis van solidariteit zodat iedereen toegang heeft tot middelen van bestaan. (Zie naast Piketty ook Robinson!)


Jubeljaar
Een andere, diep verankerde notie van Reind Breman is het jubeljaarprincipe, waarin niet alleen een geweldig perspectief ligt voor een nieuwe start voor elke volgende generatie, maar ook het terugkeren naar eigen grond en eigen familie. Geen ongebreidelde verrijking en vermogensopbouw enerzijds en uitzichtloze armoede, een perspectiefloos bestaan, anderzijds. Zeer regelmatig hoor en ervaar ik dat medewerkers de relatieve kleinschaligheid van onze bedrijven sterk waarderen. In deze regionale overzichtelijkheid kan ook de unieke medezeggenschapsstructuur vorm krijgen. Binnen Breman hebben de aandeelhouders er voor gekozen om de zeggenschap over het bedrijfsvermogen, dus eigenlijk hun eigen bezit, te delen met de medewerkers. De unieke keuze, om vanuit Bijbels perspectief los te komen van exclusief bezitsdenken, geeft een geweldige ruimte om medewerkers als volwaardige stakeholders te betrekken bij de bedrijfsvoering. Onze aandeelhouders (de eigenaren van het bezit) en onze (+/- 1500) medewerkers (zij die met het bezit werken) besluiten gezamenlijk. Dit wordt tot op het niveau van de individuele bedrijven ingevuld. Voor belangrijke keuzes, investeringen, veranderingen etc. heeft een locatiedirecteur instemming van  de OR nodig.


Regionaal geworteld
Breman gaat hierin veel verder dan wat de wet op de ondernemingsraden voorschrijft. Bij Breman beslissen diegenen die uiteindelijk de meest direct belanghebbenden zijn, de medewerkers die voor hun broodwinning afhankelijk zijn van hun baan, over benoeming en ontslag van hun directeur. Directeuren zijn daarom bij voorkeur gericht op de belangen van hun, vaak regionaal gewortelde, medewerkers en vanuit dat perspectief op een gezonde marktpositie en klantgerichtheid. Aandeelhouders vertrouwen erop dat vanuit deze focus uiteindelijk een gezonde onderneming ontstaat, gericht op continuïteit van werkgelegenheid voor de medewerkers, waaruit ook continuïteit voor hun rendement volgt. Governance in deze gedecentraliseerde structuur is daarbij gebaseerd op vertrouwen en intensief persoonlijk contact in plaats van op afstandelijke zware rapportagestructuren.


Bedrijfsvermogen blijft in stand
Het concernvermogen en de concernactiva zijn ondergebracht in onze Holding. De bedrijven die onderdeel uitmaken van de Breman Installatiegroep betalen een vorm van rente voor gebruik van panden (huur), bussen (lease), werkkapitaal (lenen) . Aandeelhouders ontvangen jaarlijks dividend die berekend is als rente over hun vermogen, net zoals de banken rente ontvangen over hun deel, ons vreemd vermogen. Bij een concern jaarresultaat van nul euro ontvangen dus de aandeelhouders hun deel (rentmeesterschap) , de medewerkers hun loon en blijft het concernvermogen in stand; een solide basis voor  continuïteit

Rentmeesterschap krijgt door onze aandeelhouders dus ook zo invulling, doordat zij een vergoeding ontvangen over hun vermogen, maar niet ten koste van hun vermogen. Ook voor andere familieaangelegenheden zoals vererving van aandelen, worden geen onttrekkingen aan het bedrijfsvermogen gedaan.  Daarmee wordt invulling gegeven aan het lange termijn perspectief van het Jubeljaar, waarbij elke generatie, zowel aandeelhouders als medewerkers, toegang hebben tot bronnen van bestaan. Onze ‘pot met geld’ reist met de organisatie mee in de loop der tijd.


Fifty-fifty
Omdat kapitaal (aandeelhouders) en arbeid (medewerkers), beide vanuit hun eigen belangen, toch samenwerken vanuit gedeelde verantwoordelijkheid en gedeelde zeggenschap, wordt de gerealiseerde ondernemingswinst (op individueel bedrijfsniveau) letterlijk fifty-fifty gedeeld.

De medewerkers, consumenten en spaarders, krijgen hun deel uitbetaald als tantième. Dit kan het bestedingspatroon van medewerkers aanzienlijk verhogen, hetgeen regionale economieën geen windeieren legt. Daarmee krijgen medewerkers vrijwel de positie van familieleden in een familiebedrijf, waarmee een nieuwe dimensie van eigenaarschap ontstaat.


Vette en magere jaren
De aandeelhouders laten  hun deel van de winst achter in de onderneming. Zij zijn de investeerders en ondernemers. Vanuit de gedachte van zeven vette jaren en zeven magere jaren, wordt zo een financiële buffer opgebouwd om ook in slechte tijden (waar ook Breman in de huidige bouwcrisis volop mee geconfronteerd wordt, maar relatief goed doorheen komt) werkgelegenheid te kunnen waarborgen. Niet te becijferen valt wat dit betekent voor de betrokkenheid van medewerkers. Groei is daarbij geen doel maar vrucht van goed ondernemerschap. 

Het regionale denken wordt versterkt door inclusief denken betreffende mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Breman overbrugt die afstand waardoor medewerkers met een arbeidsbeperking volwaardig betrokken worden. Een bedrijf als werkgemeenschap zonder oogmerk van winstmaximalisatie, waar de hoeken van het land niet gemaaid worden, maar beschikbaar zijn voor collega’s met beperkingen, biedt ruimte voor een echte participatiesamenleving. Waar elke medewerker gezien is en bij naam aangesproken kan worden in zijn eigen lokale gemeenschap.


Risco Balkenende is Algemeen Manager Breman Installatiegroep