Een blauwe economie

Door Gunter Pauli

De statistieken zijn duidelijk: het milieu doet het niet goed. De statistieken zijn nog eens duidelijk: de armen worden armer en de rijken worden rijker. Wij hebben de keuze: ofwel wij graven de gegevens in detail uit, ofwel wij komen initiatieven die ons toelaten een nieuwe realiteit te creëren. Het probleem  is dat Europa de laatste jaren meer aandacht had voor de analyse van de uitdagingen, dan voor het ontwikkelen van nieuwe en creatieve oplossingen. De Blauwe Economie, die in 2009 tijdens de Jaarvergadering van de Club van Rome in Amsterdam werd voorgesteld, wenst een klare kijk op te geven: er zijn reeds 188 projecten, die meer dan €4 miljard aan kapitaal mobiliseerden, en wel 3 miljoen banen creëerden die duidelijk maken dat een andere economische ontwikkeling mogelijk is.

 
Critici beweren terecht dat een zwaluw de zomer niet aankondigt. Critici voeren verder met reden aan dat enkele miljarden kapitaal nog geen omwenteling van het economische systeem voorstellen. Aan de andere kant is het duidelijk dat indien wij alleen meer doen dan wat wij de laatste decennia deden, er geen doorbraak op het economische, sociale en/of ecologische komt. De maatschappij zowel in de industrielanden als in de Derde Wereld heeft een nood aan een herbronning. Groei is gewenst, maar meer obesiteit en nog hoger energieverbruik gekoppeld aan een verdere verloedering van het klimaat kan gewoon niet meer.

Koppel groei aan levenskwaliteit
De eerste doorbraak vereist dat wij groei koppelen aan kwaliteit van het leven en concurrentiekracht, terwijl groei in de eerste plaats moet zekerstellen dat wij aan de basisbehoeften van allen kunnen voldoen. Inclusieve groei, zoals de OESO-lidstaten het voorhouden, moet ook praktisch realiseerbaar zijn en tegelijkertijd arbeidsplaatsen genereren. Het managementsysteem dat gebaseerd is op "supply chain, outsourcing en just-in-time" biedt weinig ruimte voor een andere aanpak. Het lijkt wel op een kortset. Het dominerende zakenmodel stelt dat bedrijven kosten drukken door standaardisatie en hoge volumeproductie. Indien de oplossing is meer van hetzelfde produceren tegen lagere kosten, dan kunnen wij er nooit in slagen een doorbraak te forceren.

 De belangrijkste innovatie die de samenleving nodig heeft, is een omwenteling van het zakenmodel. De transformatie van een bedrijf waar de zoektocht naar altijd maar lagere marginale kosten vervangen wordt door een voortdurende zoektocht naar meer meerwaarde met de beschikbare grondstoffen, energie en kapitaal. Dit stelt voorop dat de bedrijven het concept van de kernkennis uitbreiden en actief uitkijken naar de koppeling van producten en diensten die verder gaan dan recycling of het verminderen van afvalstromen. Er is een nood aan de creatieve benadering, niet alleen van wat er ter beschikking is, maar ook van wat gecombineerd kan worden op een wijze die nooit eerder werd ingebeeld.

Steenpapier
De productie van steenpapier is een sterk voorbeeld. De mijnbouw vergruizelt miljoenen tonnen erts om per ton een paar gram goud, zilver of platinum uit te verkrijgen, of enkele kilo’s koper en zink. Dit gruis verhuist naar een puinhoop. Dankzij een innovatieve formulering van dit steengruis met polyethyleen in een verhouding van 80/20 ontstaat er een papier dat voor altijd hernieuwbaar is. Dit steenpapier verbruikt geen water in de productie, noch in de recyclage, en er wordt geen boom voor omgehakt. Aangezien de twee eenvoudige basisbestanddelen mineraal zijn, kunnen die ook niet vernietigd worden en is ofwel de publicatie voor eeuwen verzekerd, ofwel kan deze gedurende eeuwen hergebruikt worden.

Twee afvalstromen laten toe een heel andere kijk op papier en de toenemende consumptie ervan te ontwikkelen. Het biedt een kans mijnbouw om te vormen in een chirurgische ingreep dat een blijvende economische activiteit opzet (in plaats van een eenvoudige extractie gevolgd door een implosie na het sluiten van de mijnen zoals honderden gemeenschappen het ervaarden). Het belangrijke is deze micro-economische ontwikkeling te kunnen plaatsen in een globale context waar een nijpend tekort aan water is, een schrijnende vraag naar papier en een verscherpte concurrentie tussen land voor bosbouw en land voor landbouw! Deze tweestrijd vervliegt en maakt ruimte voor meer landbouw, meer bodemlaagverrijking en koolstofsequestratie.


Een verhoogde complexiteit en cash flow
Dit zakenmodel koppelt sectoren aan elkaar, en legt verbindingen tussen maatschappelijke en bedrijfsdoelstellingen die voorheen eerder tegenstrijdig leken. Dit verhoogt de complexiteit van het ondernemen, maar biedt een kans om concurrentiekracht en sociale groei tegelijkertijd strategisch te benaderen. Dat kan alleen als de inbreng, de synergie en de voordelen voor iedereen in kaart gebracht worden in een dynamisch mathematisch model. Terwijl vandaag de beste rekenkundigen zich toeleggen op risicoanalyse en op splitsecond beursverhandelingen, moeten wij dringend het ontwikkelen van dit instrumentarium onderschragen. Dit laat niet alleen toe de grondstoffen en energiestroom te waarderen, het laat ook toe deze geïntegreerde economische ontwikkeling in kaart te brengen met een duidelijke kijk op de macro-economische invloed wanneer de helft van de wereldproductie van papier in een generatie zonder water of boomvezels mogelijk is, maar het geeft eveneens een doorzicht in de versterking van de activa op de balans van bedrijven die voorheen een voorziening moesten aanleggen wegens hoge sluitingskosten, en die nu dat geld vrijmaken om productief te investeren.

Deze systeembenadering werd reeds toegepast op 188 reële initiatieven, waar de 4 miljard Euro investering naartoe vloeide. Dat betekent dat bijna iedere sector op een of andere wijze gekoppeld wordt aan een andere. De auto-industrie, die in Europa een sterke crisis doormaakt, kan een bijdrage leveren aan de energie=efficiëntie van huisvesting en woningbouw door haar kennis van autonome electrische systemen aan te passen aan gelijkstroomnetwerken op basis van duurzame energiebronnen. Koffiebranderijen kunnen de chemische grondstoffen leveren voor geur-controlerende vezels voor textiel of schuim voor ijskast en auto. Oude petrochemische installaties met niet concurrerende krakers wegens de hoge kost van nafta kunnen een nieuw leven krijgen als bioraffinaderij die werkt met lokale grondstoffen onttrokken uit distels, die niet alleen polymere, elastomeren, onkruidverdelgers en smeerstoffen aanmaakt, maar ook bacteriële enzymen voor kaas en vers dierenvoer. Keer op keer leidt deze geïntegreerde strategie naar een meervoudige geldstroom, meervoudige sociale voordelen, en een duidelijke versterking van het milieu.

 
De verzuiling
De vraag is waarom deze benadering van de economische groei, met beschikbare grondstoffen en energie, die een motor voorstelt, op de arbeidsmarkt niet sneller en ruimer toegepast wordt? Het grootste probleem is de verzuiling. Wetenschap en politiek zijn beide heel sectorgericht en het ergste van al is de bedrijfswereld waar de traditionele MBA (Master of Business Administration) zweert bij de "core business and core competence", wat moet leiden tot kostenefficiëntie en unieke kennis. Het is juist daarom zo belangrijk dat de leiding genomen wordt door wetenschap en onderzoek.

De Cartesiaanse analyse die steeds zoekt naar oorzaak en gevolg, biedt weinig vrijheidsgraden aan om verder te kijken dan wat het nauwkeurige beschrijven van het "object" toelaat. Maar toen het bedrijf de biochemische innovator Novamont uit Italië in samenwerking met het staatsenergiebedrijf ENI een oplossing zocht voor de sluiting van de petrochemische installatie op het eiland Sardinië, was er oorspronkelijk weinig sympathie voor het voorstel om de 360.000 ton distels die jaarlijks op ongebruikte landbouwgrond wild groeien. Stel even de vraag: hoeveel distelexperts met een biochemische achtergrond zijn in Italië ter beschikking? De oplossing voor de chemische nijverheid, de grootste industrie van Europa, is niet in de chemische industrie maar eerder in een netwerk van andere bedrijfstakken die gezamenlijk een nieuw elan kunnen geven aan een sector die wegens de overcapaciteit in China en de lage prijzen in het Midden-Oosten geen overlevingskans in Europa heeft.


Terug naar de tekentafel
Maar de combinatie van een goedkopere maar rijkere voeding, de herlancering van geitenkaas met natuurlijke enzymen, de vervanging van petroleum-gebaseerde smeermiddelen voor landbouwvoertuigen met biologische oliën die op de vruchtbare bodem afbreken, het substitueren van giftige onkruidverdelgers met natuurproducten, en het aanmaken van pelargonische zuren en esters naast polymeren een portefeuille aanbiedt die heel wat meer waarde genereert in een regio waar de standaard inkomsten verkregen werden dankzij het Gemeenschapsfonds voor Landbouw dat boeren betaalde om hun akkers niet te bewerken! Het grootste verlies was dan wel het menselijke kapitaal en de verloedering van het milieu iedere keer dat een oude chemische installatie als een stuk archeologie blijft staan.

De wetenschap moet misschien terug naar de tekentafel. Een goed onderzoeksproject vereist een goede probleemdefinitie en een mogelijke oplossing. Nu komt er nog een dimensie bij: een geïntegreerd design van de meest uiteenlopende factoren die allemaal kunnen bijdragen tot een systeemoplossing, beter nog: die kan aangeven hoe de bestaande activa en geldstromen kunnen geheroriënteerd worden om de financiering van deze verrassende efficiëntieverbeteringen zeker te stellen. Dit is waarschijnlijk een van de belangrijkste bijdragen tot de nieuwe wetenschap: het systeemdesign dat inclusieve oplossingen aanbiedt met voorhande energie, grondstof en financiering. Dat is een thema dat gewoonlijk niet in de wetenschappelijke artikelen in details wordt beschreven. Maar als het inderdaad mogelijk is deze geldstromen vooraf mee in kaart te brengen, dan zal zowel de overheid als het bedrijfsleven een grote interesse hebben om deze methodologie snel te verspreiden. 


Prof. Gunter Pauli is voormalig eigenaar van het Vlaamse bedrijf Ecover, dat zich toelegt op het produceren van biologisch afbreekbare schoonmaakmiddelen. In 1994 stichtte hij ZERI (Zero Emiossions Research and Initiatives), dat zich richt op het ontwikkelen van kenniscentra met als doel duurzame productiemethoden te ontwikkelen zonder afval. Pauli is lid van de Club van Rome en auteur van verschillende boeken. Van zijn boek De blauwe economie werden meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht.