Blanco

Het was wel een beetje een teleurstelling, dat blanco stemmen. Ik had gehoopt dat er een apart vakje “ik breng geen stem uit” op het stemformulier stond, dat ik met gefrustreerde halen donkerrood in kon kleuren. Of nog beter: dat er een vakje stond: “Ik wil dit referendum helemaal niet.” Maar niks van dit alles; ik moest helemaal niets inkleuren en een leeg stemformulier in de stembus doen.

Daarmee was ik een van de vier procent kiezers die blanco stemde bij het referendum Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ik had er meerdere redenen voor, maar een van mijn grootste frustraties is dat er iets van het referendum gemaakt wordt, wat het niet is. Een referendum zou een middel zijn om burgers inspraak te geven in de politiek. Onlangs schreef onze eigen WI-directeur Wouter Beekers de column “Red het referendum”, waarin hij een veelgehoord argument aanhaalde voor het referendum: “de gewone man” kan zo deelnemen aan de politiek en dat kan helpen de kloof te dichten tussen kiezer en politiek.

Ik geloof echter niet dat “de gewone man” nu echt heeft deelgenomen aan de politiek. De opkomstpercentages van landelijke referenda zijn tot nu toe bedroevend laag. Nu was het 51,54 procent en het was hoogstwaarschijnlijk veel lager geweest als de gemeenteraadsverkiezingen niet tegelijk hadden plaatsgevonden. Bij het vorige referendum, over het verdrag tussen de EU en Oekraïne, bracht nog minder dan een derde van de kiezers zijn stem uit. Een groot deel van de burgers laat zich dus helemaal niet horen.

En wat zeggen die stemmen die wél zijn uitgebracht? De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is zo’n complex onderwerp (en dat is vaak zo, met wetsvoorstellen) dat je als niet-politicus veel te weinig tijd hebt om je er goed in te verdiepen. Het is ook een veel te grote kwestie om alleen maar “voor” of “tegen” te kunnen stemmen. De tegenstemmers hebben gewonnen, maar waar hebben die nu eigenlijk tegen gestemd? Zijn ze tegen deze hele nieuwe wet, of alleen tegen een bepaald onderdeel? Het is mij niet duidelijk. Nu is de politiek weer aan zet. Wat ze ook doet, er is een grote kans dat ze veel tegenstemmers niet tevredenstelt, en hen het gevoel geeft dat er niet naar hen geluisterd wordt. En dat geeft alleen maar een nieuwe knauw aan het vertrouwen van kiezers in de politiek.

Ik vind, net als Wouter Beekers en veel anderen, dat we iets moeten doen aan de kloof tussen politiek en burgers. Maar laten we dan wel op zoek gaan naar een manier die “de gewone man” écht meer inspraak en vertrouwen geeft.

Karin de Geest is politicoloog en schreef het boek “Met God naar de stembus” over christelijke politiek. Ze is verliefd op een golden retriever.