Je kind-zijn kun je nooit opzeggen, je dienstverband wel. In de ‘dikke’ verbanden, vooral het gezin, doet een mens, als het goed is, moreel kapitaal op: het vermogen zorgend aanwezig zijn voor de ander in de vorm van trouw, aandacht voor meer dan alleen je eigen belang, ruzies kunnen bijleggen, enzovoort. Via het complexe ‘spinnenweb’ dat de samenleving vormt, komt dit opgebouwde morele kapitaal ook ten goede aan het functioneren van de ‘dunnere’, contractuele of vluchtige relaties. Kalft de kwaliteit van bijvoorbeeld gezinnen af, dan ondervindt heel de samenleving daarvan de gevolgen. Kuiper wil de samenleving als geheel karakteriseren als een ‘verbond’. Daarmee vraagt hij er aandacht voor, dat een maatschappij alleen duurzaam kan blijven bestaan wanneer mensen niet steeds meer contractmatig met elkaar omgaan (‘voor wat, hoort wat’).
Kars Veling vond deze typering ‘verbond’ voor de samenleving als geheel veel te sterk, en zeker metaforen die Kuiper gebruikt zoals het ‘omhelzen’ (van Miroslav Volf), juist omdat talloze relaties en prakijken veel vrijblijvender zijn. Treinpassagiers bijvoorbeeld kijken elkaar doorgaans juist niet te vaak aan. Hoe krijg je dan wel verbondenheid in de samenleving? Door je voldoende te richten op een gemeenschappelijke bezigheid of een gezamenlijk doel.Een gedeeld perspectief is inderdaad teveel gaan ontbreken in geseculaiseerde landen. Maar dat krijg je niet terug door eindeloos daarover een dialoog aan te gaan. Richt je samen op gemeenschappelijke doelen, en een wij-gevoel ontstaat dan zijdelings.
Ook Tim Vreugdenhil leek Roel Kuiper te romantisch in zijn beroep op bijvoorbeeld huwelijk en gezin. In Amsterdam lopen gewoon teveel mensen rond als singles, daters, homo’s of met allerlei gebroken relaties. Deze mensen kunnen weinig met een herwaardering van huwelijk en gezin. Liever zou Vreugdenhil deze mensen bereiken vanuit de compassie Jezus Christus. Jezus, die huwelijkstrouw gebiedt, maar het huwelijk meteen ook relativeert: in Gods Rijk wordt niet gehuwd. En Paulus doet niet denigrerend over het huwelijk, maar beveelt de ongehuwde staat aan, voor wie het ‘moreel kapitaal’ daartoe bezit. Daaruit blijkt dat het licht van Gods Rijk, het ‘eschaton’, aloude scheppingsordeningen niet ter plekke opheft, maar wel sterk relativeert, of transformeert. Het zijn niet de structuren die moreel kapitaal leveren, maar het is God zelf die dit levert: net als de vader van de verloren zoon. De zoon had alle sociale structuren achter zich verbrand, maar de vader gaf hem volledig zijn sociale identiteit terug.
Deze drie posities leidden begrijpelijkerwijs tot een stevige discussie. De ruim dertig deelnemers aan dit TafelGesprek zien terug op een middag die veel stof tot verdere doordenking opleverde. De komende tijd zal het WI zich blijven bezig houden met deze thematiek.